Ron H. van Raalten: Rufus - Heidewachtel - vanaf 8 weken tot 1 jaar

Home |
subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link | subglobal1 link
subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link | subglobal2 link
subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link | subglobal3 link
subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link
subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link
subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link
subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link
subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link

Duke Rufus van Die Hage tot Gouwe - Heidewachtel

Rufus vanaf 8 weken tot 1 jaar: 30 - 35 weken

juli 2007: 30 weken

Van Milaan naar Deiva Marina is het een rit van ongeveer 2 uur. Op de weg is het niet echt druk, de klimaatregeling van de auto draait wel op volle toeren. De temperatuur buiten ligt rond de 30 graden, we zijn dan ook blij dat we vlak voor de vakantie voor Rufus een zogenaamde cool-mat gekocht hebben. Hij ligt er heel graag op, liever dan op zijn gebruikelijke kleedjes.

Deiva Marina ligt vlak bij het nationaal park Cinque Terre aan de Noordwestkust van Italië. We hebben een prachtige plek op de camping La Sfinge. Hoog boven in de camping in een hoekje hebben we een goede schaduwrijke plaats. De bench staat onder de luifel, de favoriete plek van Rufus om overdag te slapen is ditmaal buiten de bench, naast de koelbox. Hier ligt hij vaak uitgebreid en uitgestrekt in diepe rust.

Door de ligging van onze kampeerplek heeft Rufus op deze camping aanzienlijk minder prikkels dan op de vorige. Er is overigens nog genoeg te zien, te ruiken en te horen. Rufus houdt zich ook op deze camping aan de code om zijn behoefte buiten het kampeerterrein te doen. De directe omgeving bij La Sfinge is heel wat aantrekkelijker. Samen met Rufus verkennen we de omgeving. Je kunt naast de camping op een spannend smal paadje door een bos naar boven. Langs het pad is een snelstromend riviertje met een boel rotsblokken erin, maar ook met poeltjes water, waarin Rufus zijn gang kan gaan. Er is ook een grote parkeerplaats, waar het goed ravotten en rondrennen is. Rufus vindt er een lekke leren voetbal van FC Barcelona die hij heel de vakantie overal mee naar toe sleurt. Een eindje verder langs de weg naast de camping is een toegang tot een brede rivierbedding die nu nagenoeg geheel droog staat. Daarin kan hij ongelijnd ronddarren en zich te buiten gaan aan allerlei zoek-, ren- en snuffelacties.

Even buiten de camping stopt ieder half uur een gratis bus naar het station van Deiva Marina, van waaruit Cinque Terre eenvoudig te bereiken is. Met de bus mee is een nieuwe ervaring voor Rufus. Hij is er snel aan gewend, hij zit of ligt rustig te wachten tussen onze voeten tot we uitstappen. Hoe vol de bus soms ook mag zijn. Het eerste bezoek aan het stadje Deiva Marina is voor Rufus een nare ervaring. Als we na een kort strandbezoek langs een dichtbegroeid plantsoentje lopen springen er plots twee katten uit de struiken die Rufus direct zonder waarschuwing aanvallen. Eén van de katten hangt zelfs aan de borst van Rufus, hij gaat als een speenvarken te keer. Met de riem en met schoppen verjagen we de twee katten. Rufus is helemaal van streek, voor alle zekerheid gaan we maar terug naar het strand om eventuele wondjes door de katklauwen te ontsmetten in het zeewater. Als we terugkeren om op een terrasje een ijsje te eten en koffie te drinken, valt Rufus als een blok in slaap. Het kost even moeite om hem wakker te krijgen en mee te krijgen naar de bus terug. We zijn wel benieuwd wat dit met hem doet voor wat betreft zijn houding tegenover katten. Als we bij de camping uit de bus stappen, trapt Rufus een scherpe doorn in het voetkussen van zijn achterpoot. Hij laat geen piep horen, maar zet zijn rechterachterpoot niet meer op de grond. Na een inspectie en het verwijderen van de doorn, waarbij Rufus nog steeds geen geluid laat horen, loopt hij weer gewoon door.

Om de vijf op de rotsen gebouwde stadjes in de Cinque Terre te bezoeken, kopen we een driedaagse treinkaart. Vakantie? Voor Rufus is het één groot trainingskamp. De stationnetjes kennen smalle perrons en er rijden regelmatig doorgaande treinen voorbij op hoge snelheid en derhalve met veel geraas en kabaal. De eerste keer dat er zo´n sneltrein voorbijschiet schrikken we alledrie hevig, doordat we de aankondiging net missen. Rufus kruipt helemaal in elkaar en bibbert hevig. De volgende keren dat er een sneltrein voorbijkomt raakt Rufus er steeds meer aan gewend. Op den duur anticipeert hij al op het zingende geluid van de bovenleiding van de trein. Hij kent naarmate we vaker op het station komen het verschil tussen een voorbijgaande trein en de trein waar we mee reizen. In de trein voelt Rufus zich op zijn gemak en ligt aan onze voeten.

Naarmate Rufus bekend is met de kampeerplek, verruimt hij zijn gebied. Hij komt enkel nog ´s nachts in de bench, overdag en ´s avonds ligt hij op verschillende plekken in de schaduw. Het liefst ligt hij nu voor de toegang tot het kampeerplekje op een dikke boomwortel en in de schaduw. Hier heeft hij een prima overzicht op de camping en wat er allemaal gebeurt. Als wij een boek lezen, leest Rufus het gebeuren op de camping met zijn neus, oren en ogen. Iedere keer als we van een dagje terugkomen moet hij even uitrazen en dollen, waarschijnlijk om al de indrukken te verwerken. Dit laten we hem doen op het parkeerterreintje bij de tent in de buurt, maar ook op het grote en lege parkeerterrein buiten de camping. Als een razende Roel gaat hij dan tekeer en rent rondjes rond ons. Eén keer valt zijn manier van hardlopen sterk op. Alsof het een gespannen veer is rent hij rondjes, anders dan de andere keren strekt hij niet zijn achterpoten, maar blijven ze onder zijn lichaam: een heel vreemd gezicht!
Rufus ontdekt dat er veel hagedissen zijn op de camping. De eerste keren kijkt hij wel heel erg intelligent, maar snapt volstrekt niet waar die beesten ineens blijven: het lijkt wel of ze bij toverslag oplossen. Hij onderzoekt vanaf dat moment ieder stapeltje stenen of gaten in muurtjes. Een keer springt hij met zijn voorpoten boven op een hagedis, althans dat denkt Rufus. Het duurt een paar minuten eer hij beseft dat er niets onder zijn voorpoten zit.

We lopen de wandelroutes tussen de plaatsen Riomaggiore - Manorola en Corniglia - Vernazza. De overige doen we maar niet om dat in die routes veel trappen - en enkele heel steil - voorkomen. In de plaatsjes zelf moet Rufus nogal eens een trap nemen, gelukkig met allemaal brede treden van een tot enkele meters diep. Vooral de route van Corniglia naar Vernazza is de moeite waard, het loopt dwars door wijn- en olijfgaarden, om tenslotte langs de rotsachtige kust al slingerend in Vernazza te eindigen. Een dorpje met heel veel poezen en katten, gelukkig niet zo agressief als de twee exemplaren uit Deiva Marina. Het is een wandeling van ongeveer anderhalf uur en we nemen ons voor halverwege een plekje te zoeken om Rufus de gelegenheid te geven te recupereren. We stoppen inderdaad halverwege. Echter niet om Rufus uit te laten rusten, maar om het baasje wat op adem te laten komen. Het afgelopen half jaar wandel ik me elke dag suf met Rufus, maar dat zijn vlakke stukken met hooguit een stukje dijk erin. De conditie die ik jaren geleden met bergwandelen had, heb ik kennelijk bij lange na nog niet terug opgebouwd, het vrouwtje deed het beter! Rufus moet nog goed leren dat hij op de smalle rotspaadjes recht achter me blijft, zowel bij dalen als bij stijgen, hij heeft steeds de - begrijpelijke - neiging om naast me te willen lopen, dat heeft hij immers geleerd. In Vernazza eten we een hapje en krijgt Rufus ook zijn eten, hoewel we zelf water bij ons hebben staat de bediening erop dat Rufus een flesje koel water in zijn drinkbak krijgt. Hij valt tijdens ons maal weer vlot in slaap, vermoeid van alle belevenissen. Op het station van Vernazza maakt een Italiaanse mevrouw Rufus compleet dol. Ze roept allerlei kreten, waarvan ik enkel ´Que bello!" kan herkennen. Ze wappert met haar handen voor, boven en achter Rufus zijn kop en springt heen en weer en rond hem. Het duurt dan ook niet lang of Rufus gaat mee dansen op zijn achterpoten: zo is waarschijnlijk doggy dancing uitgevonden. Als we ons van die mevrouw kunnen losrukken, duurt het zeker nog 10 minuten voordat Rufus weer de oude is. Rufus heeft toch wel succes bij de Italianen, we weten nu onder andere dat hij in Italië tot het ras Spinone Münster hoort (daar zit ook wel de oude naam Spion of Spioen in - zie ook het algemene verhaal van de Heidewachtel).

De laatste dag op de camping La Sfinge slapen we (inclusief Rufus) uit en doen het een hele dag rustig aan, na de vermoeiende en voor Rufus soms wat heftige dagen. Het plan om naar het strand te gaan valt in het water: no cane. Enkel op het publieke strandje mogen honden komen, maar daar is het razend druk. Rufus is nog niet aan zwemmen toegekomen, dat bewaren we dan maar voor het moment dat we terug in Zeeland zijn. De rest van de dag brengen we door op terrasjes, ijsjes etend en drankjes drinkend. Op de borst van Rufus ontdekken we wondkorstjes, waarschijnlijk overgehouden aan het avontuur met de katten.

<<terug naar boven>>

 

juli 2007: 31 weken

Volgens planning vertrekken we naar La Fouly in Zwitserland. Aan Camping des Glaciers hebben we goede herinneringen. Waar je ook staat heb je een prachtig uitzicht op grote gletsjers. Naarmate we de Zwitserse grens naderen verslechtert het weer, als we uit de Grote Sint Bernardtunnel Zwitserland binnenrijden regent het volop. Tijdens het rijden overleggen we of we maar niet terug naar Italië gaan. Een wat verontrustend telefoontje zorgt ervoor dat we dat niet doen, maar ons er op richten om de komende dagen eerder richting Nederland te gaan dan terug naar het Zuiden. In de regen zetten we de tent op. De ervaring van zo´n 35 jaar kamperen zorgt ervoor dat we - behalve uiteraard het tentdoek - alles goed drooghouden. Rufus heeft geen enkele moeite met de nattigheid en de aanzienlijk lagere temperatuur. Het kwik komt niet boven de 10 graden Celsius. Hij geniet volop van de omgeving. Wat is er heerlijker dan door een nat bos, een nat veld te struinen. Hij voelt zich duidelijk in zijn element. Ook het koude gletsjerwater van de rivier die naast de camping naar beneden dendert, deert hem niet. Hij plast er lustig op los in de poeltjes en zijstromen die uitwaaieren van de grote rivier. Rufus vindt het geweldig om op grote rotsblokken te klauteren en de omgeving te inspecteren en uiteraard ruikt hij weer van alles. Op een alpenweide laat ik hem ongelijnd zijn gang gaan, Rufus gaat daar verschrikkelijk uit zijn dak. Hij rent, vliegt, springt door de bloemen, planten en gras. Als ik hem roep is het tevergeefs, hij is helemaal door het dolle. Hij komt wel iedere keer naar me toe gerend, maar neemt vervolgens weer een sprint om nog een ronde te trekken. In onvervalst Zeeuws noemen we dat ongesnikkerd rondrennen. Wat ongeveer analoog is met onbesuisd, ondoordacht, ongecontroleerd, buitensporig en onverantwoord, maar dan in het kwadraat. Tot drie keer toe roep ik hem, na de derde keer vliegt hij met zijn linkervoorpoot tegen een boomstronk aan. Jankend en piepend buitelt hij over de kop en komt uiteindelijk hinkend en jammerend voor me zitten. Ik heb weliswaar met hem te doen, maar ben ook boos op hem. Al hinkend gaan we terug naar de tent. De rest van de tijd piept en jammert Rufus als hij zijn voorpoot op de grond zet. Zijn poot is gelukkig niet gebroken, maar heeft een flinke opduvel gekregen. Het is zijn andere voorpoot dan de vorige keer met het schuifpui-incident.

De volgende dag breken we de natte tent af na een nacht met stortbuien en zwaar onweer. We rijden richting Frankrijk waar het weertype weinig verschilt met dat in Zwitserland, zij het dat het wat minder heftig is allemaal. Na een overnachting op de camping Le Schlossberg in Kruth, een alleraardigste camping in de Elzas, zijn de weersvooruitzichten van dien aard in combinatie met familie-omstandigheden dat we besluiten de vakantie voorlopig af te breken en terug naar huis te rijden. Rufus loopt inmiddels al weer beter, zonder te piepen, maar hij hinkt nog wel wat. We proberen hem dus zo weinig mogelijk te laten lopen, hoewel hij het in Kruth ook weer heel interessant en plezierig vindt.

Tenslotte een 4-minuten video met een impressie van Rufus in Italië; voor groot formaat klik hier.

De terugreis gaat heel relaxed, ondanks de af en toe hevige buien onderweg. Terug in Goes staat Rufus met zwaaiende staart voor de voordeur. Na een inspectieronde in het huis wil hij snel naar buiten om te zien of de bekende plekjes er nog allemaal zijn. De volgende dag halen we samen met Rufus de poezen op. Rufus is helemaal gelukkig: de roedel is compleet. Het nare voorval met de katten in Italië heeft in ieder geval zijn idee over Bobo en Boema niet veranderd. Hij wil nog even graag als altijd met hen spelen. Wonder boven wonder zijn Boema en Bobo - en vooral bij de laatste valt dat op - opmerkelijk minder terughoudend tegenover Rufus. Op de warme dagen is Rufus vooral te vinden op de betonvloer van de garage of op de tegelvloeren van de keuken en de bijkeuken. Hij kan het zichzelf soms ook wel eens heel makkelijk maken...

In de polder ga ik twijfelen aan de jachtcapaciteiten van Rufus. Vlak voor ons beider neus op nog geen halve meter afstand vliegt er een grote dikke fazant met veel geraas en kabaal op uit het struikgewas. We schrikken ons alletwee te pletter. Rufus raakt er helemaal door opgewonden, drukt zijn neus in de bosjes waar de fazant uitkwam, springt met zijn staart voortdurend zwaaiend heen en weer en kijkt voortdurend naar de lucht of hij hem nog ziet. Nog meer dieren komen we tegen, een dikke schildpad ligt op een boomstronk in het water. Eerst heb ik niet goed door waar Rufus naar kijkt. Als hij een beweging maakt, glijdt de schildpad het water in. De kudde schapen op de Kattendijkse dijk komt nieuwsgierig dichterbij en loopt een mee eind op met ons. Wel een koddig gezicht: een wandelaar met een hond en zo´n dertig schapen wandelen mee. Even verder lijkt het alsof de paarden in de weide de terugkeer van Rufus begroeten met snuivende neuzen door het hek heen. Dat vindt hij toch wel wat eng.
De eerstkomende dagen ontzie ik Rufus wat met wandelen. Hij loopt weliswaar als vanouds, maar als hij wat dolt en speelt komt zijn voorpoot nog wel eens verkeerd neer en jammert hij even. Het gras is overal gemaaid, wel zo prettig dat onslaat mij van de plicht om terug thuis zijn vacht zorgvuldig te borstelen en te kammen om alle hardnekkige bolletjes en ongerechtigdheden er uit te halen. Enkele bomen zijn ook fors gesnoeid, met als gevolg dat er veel lange boomtakken op de grond liggen. Rufus heeft het op zich genomen om de grootste daarvan te verplaatsen en wat kleiner te maken. Met opgeheven hoofd en schuin lopend versleept hij takken van zo´n 3 tot 4 meter zo ver als hij kan.

<<terug naar boven>>

juli 2007: 32 weken

Een aantal keren zijn we naar Amsterdam gereden om het AMC te bezoeken. Rufus kan daar niet mee naar binnen, en we spreken af dat hij een middagje bij Mareije in Utrecht zal doorbrengen. Hij heeft haar kamer niet gezien, ze zijn heel de middag op stap geweest naar een park en als ik het goed begrepen heb de rest van de tijd op terrasjes doorgebracht. Rufus heeft vast de middag van zijn leven gehad. Een andere keer gaat Rufus wel mee, maar wisselen we van wacht en wandelt Rufus rond het terrein van het AMC waar konijntjes rondhuppelen en veel watervogels huizen. Voor het eerst bezoekt Rufus de kamer van Rutger in Den Haag, dat gaan we maar niet al te vaak doen. Vijf soms steile trappen moeten eerst beklommen worden. ´s Avonds gaat Rufus mee uit eten op een terras in Wassenaar.

We besluiten om niet overdag naar het strand te gaan in verband met het toeristenseizoen. ´s Avonds tegen acht uur eten we een hapje in het strandpaviljoen Piet Hein op Dishoek bij Vlissingen. Daarna als het strand nagenoeg bevrijd is van toeristen, wandelen we met de lange lijn langs de vloedlijn. Rufus gaat weer eens flink uit zijn dak. Ik voel me net zo´n cowboy met aan de andere kant van de 15 meter lange lijn Rufus die rondes draaft op uiterst hoge snelheid. Af en toe een pluk wier of andere ongerechtigheden oppikkend en woest schuddend weer weggooit. Hij krijgt er niet genoeg van om over het strand te rennen en te springen. Regelmatig verdwijnt hij ook het water in om al plassend en springend weer terug te keren.

Een andere dag nemen we Rufus mee naar de Grote Piet, een recreatiegebied aan het Veerse Meer. In de hoop dat hij nu eindelijk eens gaat zwemmen. Hij geniet weer volop van alles wat er te zien en te beleven valt. In het water plonst hij heerlijk rond. En zowaar in het diepere gedeelte zwemt hij. Het is nu niet direct een mooie of subtiele zwemstijl die hij laat zien: spetterend, plonzend en met veel misbaar en gespetter zwemt hij rond. De benen van Lia zijn helemaal geschramd door de poten van Rufus. Hij vindt het ook wel een beetje eng, want hij blijft steeds zo dicht mogelijk in de buurt van Lia. Hieronder wat foto´s van die middag.


Zomer in Zeeland en vakantie. Het is slechts zelden dat we onze vakantie in Zeeland doorbrengen. Tussen de buien door als de zon schijnt is het aangenaam toeven aan de Noordzeekust, aan het Veerse Meer of aan de Oosterschelde. Ons favoriete plekje in Goes ligt er een eindje buiten: het Goese Sas. Langs de dijk kunnen we Rufus onaangelijnd laten lopen, mits het niet al te druk is. Er zijn nogal eens wat duikers, Rufus vindt dat maar vreemde wezens. Mannen en vrouwen in zwarte duikpakken met grote flessen op de rug, zwemvliezen en duikbrillen.

Zo´n actief, onderzoekend en druk baasje als Rufus buiten is, zo rustig is hij binnen. Regelmatig komt hij even buurten, legt zijn kop op schoot en wil dan gekroeld worden. Als je op je hurken zit om iets op te rapen en hij is in de buurt, is Rufus er als de kippen bij om van de gelegenheid gebruik te maken om even wat aaien binnen te halen. Af en toe ligt hij ondanks zijn grootte ook nog graag op schoot, het is toch nog echt een jonge hond.

<<terug naar boven>>

juli 2007: 33 weken

De storm afgelopen maandag zorgt voor veel afgerukte boomtakken en zelfs een aantal complete boomkruinen. Rufus heeft dan een ook een mooie tijd. Slepen en slopen van meterslange bebladerde takken daar heeft hij ontzettend veel plezier aan. Nu vindt hij om de paar meter prachtige projecten om aan te werken.

De wekelijkse gang naar Amsterdam onderbreken we deze keer in Den Haag om Rufus bij Rutger onder te brengen. Rufus verkent samen met Rutger het nieuwe huis van Rutger en de omgeving. De plantsoentjes in het centrum wordt door hen onveilig gemaakt: ze passen goed bij elkaar! Op de terugweg naar Goes stoppen we bij de surfplek op de Grevelingendam. Het is bijzonder rustig en we laten Rufus ongelijnd zich even uitleven. Hij eet zich vol aan krabben en rent de stadse avonturen van zich af. Het kost weer enige moeite om hem terug onder appèl te krijgen. Als hij weer terug is oefenen we gelijk maar weer het commando ´kom voor´.

De afgelopen weken raakt de training van Rufus op de achtergrond. Vanaf deze week pakken we het weer terug op, vooral omdat we merken dat Rufus de neiging begint te krijgen om commando´s wat vertraagd uit te voeren. Hij snuffelt eerst nog eventjes ergens aan en loopt nog een rondje of negeert soms zelfs helemaal wat er gezegd wordt. Zeker als hij los loopt en op een behoorlijke afstand van ons is, neemt hij commando´s met een korreltje zout. We zijn nu weer terug op het niveau dat hij aan de lange lijn direct en goed gehoorzaamt als hij het commando ´kom voor´ krijgt. Als hij dan los van de lijn het commando ´zit´ en ´blijf´ krijgt, komt hij op een afstand van zo´n 30 tot 40 meter ook direct op het kom-voor commando. Blijft hij langer onaangelijnd moet hij echt enkele keren hetzelfde commando krijgen, om attent te blijven. Als dat niet gebeurt dan verwatert zijn aandacht voor ons heel snel en interesseert hij zich alleen maar voor het opsporen van geurtjes en allerhande andere zaken. Hieronder wat foto´s. De eerste vier van onder andere het oefenen van het voorkomen aan de lange lijn en onaangelijnd.

<<terug naar boven>>

juli 2007: 34 weken

Ook op het strand van Domburg is het goed oefenen. Rufus heeft op het strand wel meer moeite om zich te concentreren. De ruimte lokt uit tot rennen en dollen. In het begin moet hij uitrazen aan de lange lijn, pas daarna kan hij wat meer zijn aandacht geven. De vele meeuwen op de paalhoofden leiden hem ook voortdurend af. Het ongelijnd meelopen gaat op het strand nog niet echt goed. De vele honden en mensen zorgen ervoor dat hij iedere keer weer iets nieuws ziet. Rufus is nog niet in staat om dat allemaal te negeren. Het wordt dus nog héél veel oefenen op het strand. Rufus moe van het rondrennen en in en uit de zee lopen, geeft ons de gelegenheid om een hapje te eten in het nieuwe en trendy ingerichte strandpaviljoen "7 golven".

Het trainen van Rufus verloopt heel erg wispelturig. Soms drie dagen achtereen een voorbeeldige hond die de commando´s perfect uitvoert: werkelijk een genot om mee te maken. Dan opeens lukt niets meer en moet ik vele stappen terugdoen. Een aantal keren is het ook wel voorstelbaar. Bij het onaangelijnd oefenen van zit-blijf-kom voor, blijkt er achter me in een plas een eend te zitten die ik niet gezien heb. Rufus stuift me dan ook op volle snelheid voorbij, glijdt de plas in achter de eend aan. Hij is dan vreselijk opgewonden en rent achter de laag vliegende eend een rietkraag in. Vervolgens hoor ik een afschuwelijk gekrijs in die rietkraag, en vrees dat hij de eend te pakken heeft. Als er een paar veren in de lucht dwarrelen vliegt er al krijsend een reiger uit de rietkraag op. Ik wist niet dat die zo´n kabaal kunnen veroorzaken. Rufus is helemaal uitgelaten, rent hoogspringend heen en weer. De reiger vliegt tergend langzaam rondjes boven Rufus voor hij in de verte verdwijnt. De eenden, waterhoentjes en reigers in de vijvers in de buurt laat hij altijd met rust en kijkt er hooguit naar. Zodra we buiten de bewoonde wereld lopen en er andere dieren in de buurt zijn, dan gaat er kennelijk een knop om bij Rufus en luistert hij nergens naar. Waar die knop zit om hem weer terug te zetten, daar ben ik nog niet achter. Ik voel er steeds meer voor om maar een goede jachtcursus te volgen, zodat ik wat meer grip krijg op dit gedrag van Rufus. We zijn al ingeschreven voor de cursus gehoorzame hond of iets dergelijks, in ieder geval een vervolg op de puppycursus. Het valt te bezien of dat samengaat met een jachtcursus.

Door de hevige regenval in de maand juli is de grondwaterstand aanzienlijk hoger dan anders. Dit is bij de sloten rond de akkers goed merkbaar, maar ook in onze kruipruimte. Het leegpompen ervan is voor Rufus weer een bijzondere gebeurtenis: een 1-minuutfilmpje:

Voor een groter formaat, klik hier

<<terug naar boven>>

augustus: 35 weken

De Noordzeekust en het Veerse Meer zijn de plaatsen waar we de laatste tijd regelmatig te vinden zijn. Met Rutger en Mareije eten we in het strandpaviljoen Piet Hein bij Dishoek. Samen met Rufus gaan ze het water in, de foto´s ervan zijn kwalitatief niet zo goed. Ze zijn door de ramen van het terras genomen. Rufus vindt de golven toch nog wel wat eng.

Rutger en Rufus oefenen thuis wat met het in het water spelen. Op het eind van de middag in het echt in het Veerse Meer bij de Piet. Hieronder een video-filmpje (3 à 4 minuten):

kllik hier voor groot formaat

Het onaangelijnd lopen draaien we voorlopig weer even terug. Afgelopen week op de akker raakte ik Rufus geheel uit het oog en dat in het Zeeuwse vlakke land waar je tot aan de horizon kunt kijken! Tijdens het oefenen - wat aanvankelijk prima gaat - komt er doodleuk een haas voorbij gewandeld, die het vervolgens op een rennen zet. Rufus er achteraan en met zijn tweeën vliegen ze over de akker heen, springen over een sloot naar een andere akker en verdwijnen in de verte achter wat hoger staand gewas en een rietkraag rond een poel voorbij de andere akker. Naar schatting een kilometer verder. Roepen heeft weinig zin en ik voel er niet voor om de sloot over te springen en naar het andere perceel te gaan. Na een tijdlang wachten is er nog geen spoor van Rufus te bekennen en ik ga er al vanuit dat ik de auto zal moeten gaan halen en verder de polder in zal moeten gaan zoeken, of dat hij zelf de weg terug naar huis zal moeten zien te vinden. Als ik van de akker wegloop naar het belendende pad, duikt Rufus vlakbij plots op uit een sloot. Het is voor mij een compleet raadsel hoe hij daar is gekomen. De hele tijd was er op beide percelen niets anders te zien dan onbewerkte grond, wat wuivend gras en pollen en absoluut geen Rufus. Ik ben boos en opgelucht tegelijk en zoals gebruikelijk vertoont Rufus berouw om zijn gedrag en blijft hij in eerste instantie op veilige afstand door in de sloot naast me mee te lopen. Uiteindelijk stopt die sloot ook en moet hij wel naar me toe komen. Onder de modder schudt hij zich vlak naast me eerst nog eens uitgebreid uit. Na toch wat bestraffende woorden gaat hij aan de lijn weer mee. Voordat we naar huis gaan laat ik hem nog in een vijver rondspartelen om de modder van zijn vacht te verwijderen.

Het zwemmen begint nu wat te komen. Aan het Goese Meer blijft hij wat rondlopen met zijn kop net boven water. Als ik een stok in het water gooi pakt hij die, apporteert de stok om vervolgens verwachtingsvol te kijken of ik hem weer in het water wil gooien. Als de stok net iets verder in het water ligt waar hij niet meer kan staan zwemt Rufus niet om hem te pakken, maar springt al blaffend heen en weer. Na enige tijd gaat hij iets meer doordacht te werk en kan hij de stok voorzichtig net grijpen zonder te hoeven zwemmen. Als hij zich draait om naar de kant te gaan komt hij net in het diepe gedeelte terecht, waardoor hij wel moet zwemmen. Hij verbaast zich over zichzelf en raakt helemaal opgewonden. Rufus rent uit het water schudt zich uit en trekt sprintjes in het grasveld, om daarna opnieuw in het water te gaan en mij uit te dagen nog eens een stok in het water te gooien. Rufus blijft heel voorzichtig en zwemt iedere keer heel kort om daarop er weer uit te rennen. Hij krijgt er geen genoeg van. Als we weer verder gaan met de wandeling, moet hij eerst even flink uitrazen om zijn blijdschap over zijn moedig gedrag uiting te geven.

klik hier om de foto´s van juli 2007 in een slideshow te bekijken

<<terug naar boven>>

Wie zijn wij | Laatste wijziging | Privacy Policy | Contact | ©2007 Ron H. van Raalten